Middelengebruik onder jongeren, hoe zorgelijk is dat?

Middelengebruik onder jongeren, hoe zorgelijk is dat?

Dat is best zorgelijk, maar waarover moeten we ons eigenlijk zorgen maken?

Van de oude indianen duizenden jaren voor de jaartelling tot de mens in 2019, er worden altijd wel bepaalde middelen gebruikt om in een andere gemoeds- of geestestoestand te komen. Je blik op de wereld verandert. Soms wordt het beter, soms is het om even niets te voelen. Met de komst en steeds meer goedkope synthetische en natuurlijke middelen, lijkt er wel een toename te zijn in het gebruik. Een pilletje is tegenwoordig overal te koop, wie wil er niet even helemaal uit zijn dak gaan?

Dan is er de andere kant. Die van een bad trip, black Monday en de ontregeling van je ritme, lichaam, gewenning door regelmatig gebruik tot en met verslaving aan middelen en de afhankelijkheid ervan die daarop volgt. Vanuit de probleemgevallen ontstaat gezondheidszorg, speelt hulpverleningsland vooral in op vragen van cliënten als ‘hoe kan ik me weer normaal voelen’, ‘het gaat echt fout, hoe krijg ik mezelf weer op te rit’ en op de ergere gevallen waarin mensen psychotisch worden of andere mentale problemen ontwikkelen. Het alleen kijken naar het probleem van het gebruik en dat ‘oplossen’ heeft als grootste risico dat de redenen waarom mensen tot gebruik overgaan, niet in beeld komt.

Stel dat......

We beginnen niet bij een probleem dat opgelost moet worden maar bij de vraag: hoe komt het dat jonge mensen middelen (willen) gebruiken? Twee stellingen:

  1. Het verlangen naar verbinding met de ander of zelfs een groter geheel is van alle tijden. De indianen probeerden bijvoorbeeld te communiceren met de goden. Je niet eenzaam willen voelen in deze tijd roept het verlangen op je juist verbonden te kunnen voelen. Middelengebruik, mits verantwoord, wordt als een mooi verlengstuk van de ervaring van jezelf gebruikt. De hulpverlening richt zich op problematisch gebruik; de gebruiker wordt daarmee dan een probleem. En om verwarring te voorkomen, er is ook echt in bepaalde gevallen sprake van problematisch gebruik.
  2. Middelengebruik hangt vrij direct samen met social media. Want, hoe voel jij je in de wereld waarin social media niet meer uit ons leven te denken zijn? En daarbij een paar ervaringen kunnen optreden:
    1. ‘Ik voel dat ik er niet bij hoor, dat ik anders ben’. Of wel heel veel vrienden te hebben op Facebook of volgers op Instagram, Tumblr of Twitter, maar relatief weinig contact met mensen in de echte wereld te ervaren.
    2. ‘Anderen hebben plezier en ik niet’; alle posts laten het je ieder moment van de dag zien: FOM! Want we willen graag laten zien op die momenten dat het leuk is, dat ons leven wel leuk is.
    3. ‘Anderen zien er fantastisch uit en ik niet’, waardoor onzekerheid over jezelf verder toeneemt terwijl het toetsen van hoe je er echt uitziet in de werkelijkheid steeds minder plaatsvindt.

Er zijn mensen, vooral jongeren, die uiteindelijk een probleem in het gebruik ervaren omdat ze de focus kwijtraken op school of studie, zich afzonderen van vrienden en familie of met werk in de problemen komen. Of gezondheidsklachten ontwikkelen, van licht tot erger. Cannabisgebruik komt veel voor bij jongeren die door de bomen het bos niet meer zien. En als het gebruik nog meer wordt, in een cirkel terecht kunnen komen van willen gebruiken en steeds minder ‘presteren’. Dat is een probleem maar nog steeds niet de oorzaak van het probleem. De ondraaglijkheid van denken of voelen anders te zijn, er niet bij te horen, niet goed genoeg te zijn, doet mensen grijpen naar zelfmedicatie om even niet te hoeven voelen. En dat doen de middelen wel. Daar bovenop dan het oordeel over het gebruik, de negatieve reactie, gaat dus helemaal voorbij aan waar het begon en wat er daarbij nodig is.

Gaat het echt helemaal mis, dat hebben mensen daarbij hulp of begeleiding nodig. Maar wat werkt? Wat is nodig als je in die cirkel zit? Hoe krijg je contact met iemand die wel hulp wil maar ook gebruikt?

Jongeren

Mensen 'praten' meer via apps dan per telefoon, net als met de je bank of de PostNL. Bij de Albert Heijn scan je zelf je boodschappen en zelfs sommige psychotherapie gaat via de computer in plaats van een mens die een ander mens ontmoet. De andere mens komt dus in je gevoel steeds verder van je af te staan.

Zou het kunnen zijn dat juist jongeren zich enerzijds steeds minder verbonden voelen met elkaar en met het grotere geheel terwijl ze anderzijds digitaal wel verbonden zijn, maar toch niet echt? Dus dat in een ‘echte’ ontmoeting, face-to-face, een grote onzekerheid ontstaat of jij wel goed genoeg bent, je contact kunt maken of niet weet wat je te doen hebt? En dat het gebruik van middelen helpt. Het maakt je of ontspannen, of geeft je het gevoel van verbinding, totale helderheid, zelfvertrouwen en deel van het grote geheel.

De therapie

In de humanistische vormen van psychotherapie, wordt als mens in je kwaliteiten gezien en als mens benaderd, dus niet als probleem, wel als mens die een probleem ervaart.

De meeste mensen die begeleiding bieden aan jongeren, zijn zelf wat ouder. En vaak erg betrokken bij hun cliënten en daardoor ook eerder wat bezorgd. Stel je voor dat de therapeut een houding aanneemt die de ouders, de wet en school ook aanneemt: gebruik is verboden, slecht, dus wat jij doet is ook slecht. De vertaling van een jongere kan makkelijk zijn: ik ben slecht.

Stelt dat er een plaats is waar je niet benaderd wordt als iemand die iets fouts doet, wel als iemand die net als de meeste andere mensen, ernaar verlangt verbinding te ervaren. Met zichzelf en met anderen. De Sprong en De Landing zijn twee plaatsen waar je met anderen die verkenning kunt doen. En voor jezelf te onderzoeken: stel dat ik me vaker en zelfs zonder middelen kan voelen? Stel dat het helpt als anderen mij in echt contact feedback geven op wie ik ben, wat mijn kwaliteiten zijn en het beeld dat ik krijg van ouders, school of mijn omgeving anders?